De 17 stellingen
Op 16 januari 2001 kwamen ruim tachtig mensen bijeen om de startbijeenkomst
van het Forum voor Herstelrecht mee te maken. Met een welwillend oor luisterden
ze naar de initiatiefnemers. Vanuit verschillende hoeken werd benadrukt, dat
het om een belangrijke ontwikkeling gaat, niet alleen in verband met een strafrechtelijke
cultuur, maar juist ook in verband met een pedagogisch klimaat op scholen
of de sfeer op de werkvloer.
Er werden 17 stellingen gepresenteerd als uitgangspunt voor verdere discussie.
1.
Er moet in alle instituties van onze maatschappij
(gezin, school, arbeid, zorg en welzijn, justitie etc.) meer aandacht en
ruimte komen voor conflictbemiddeling.
2.
Als er sprake is van nadeel en schade, voortvloeiend
uit normoverschrijdend gedrag, moeten de belangen en behoeften van het slachtoffer
centraal staan in de maatschappelijke reactie.
3.
Actief herstel van nadeel en schade, verricht door
daders en aanvaard door slachtoffers, kan in beginsel worden aanvaard als
afdoende conflictoplossing.
Discussie: welke uitzonderingen gelden bij dit beginsel?
4.
Bij herstelbemiddeling mogen de behoeften van de
daders niet worden genegeerd.
5.
Aan succesvolle herstelbemiddeling moet ook altijd
een overheids-sanctie worden toegevoegd.
6.
Aan herstelbemiddeling mag indien nodig een hulpverleningstraject
worden gekoppeld.
7.
Door deel te nemen aan een herstelbemiddelingsprocedure
kunnen mensen zelf centrale morele regels voor het samenleven leren (h)erkennen
en aanvaarden.
8.
Bemiddeling heeft een hoger moreel gehalte dan rechtspraak.
Waar het recht de banden tussen de mensen verbroken heeft door een te sterke
individualisering, benadrukt de cultuur van de bemiddeling de cohesie, de
wederzijdse afhankelijkheid en de solidariteit tussen mensen.
9.
De centrale waarden en beginselen van herstelrecht
zijn verenigbaar met de centrale waarden en beginselen van het recht in
de democratische rechtsstaat.
10.
Het rechtssysteem moet zodanig worden aangepast
dat bemiddeling altijd voorrang krijgt boven berechting. In rechtspraak
moet rekening worden gehouden met positieve bemiddelingsresultaten.
11.
Herstelbemiddeling mag nooit bij voorbaat uitgesloten
worden geacht of onmogelijk worden gemaakt door het rechtssysteem.
12.
De wens van de dader om een zware straf te ontlopen
of te doen verminderen, is een aanvaardbaar motief om aan een herstelbemiddelingsprocedure
mee te werken.
13.
Bij het herstellen van schade is de schade zoals
het slachtoffer die beleeft (de subjectieve schade) veel belangrijker dan
de objectieve schade in financiële zin.
14.
Herstelbemiddeling mag niet worden ingezet als instrument
van criminaliteitsbestrijding; recidivecijfers zijn dan ook geen succescriterium.
15.
Officieren van Justitie moeten bij eenvoudige delicten
altijd eerst een bemiddelingsprocedure geprobeerd hebben, voordat zij de
bevoegdheid krijgen strafvervolging in te stellen.
16.
Herstelbemiddeling moet in alle fasen van juridische
procedures mogelijk zijn.
17.
Bemiddelen in de voorfase van het strafproces is
zinvoller dan een spreekrecht van het slachtoffer ter zitting.